Het adagium “earn the right to be heard” en hoe ik dat zelf een keer vergat…

Een tijdje geleden gaf ik een training “de lach als wapen” over het gebruik van humor in presentaties en debatten. De groep deelnemers bestond voornamelijk uit directieleden uit de voedselindustrie met behoorlijk wat ervaring op het gebied van presenteren en debatteren. Voorafgaand aan de training maakte ik mij wat zorgen of ik erin zou slagen om deze ervaren groep geboeid zou kunnen houden. Dat leek aanvankelijk terecht. Ik begon met een leuke en eenvoudige voorsteloefening, waaraan ik ook zelf meedeed, maar toch kwam de training wat moeizaam op gang. Gelukkig kwamen gedurende de training zowel de deelnemers als ik toch volledig op stoom. Er werd door de deelnemers actief en enthousiast geoefend. Sommige deelnemers kwamen met briljante grappen om hun stellingen kracht bij te zetten en er werd dan ook flink gelachen. Na twee-en-een-half uur konden zowel de deelnemers als ik terugkijken op een geslaagde training.

Tijdens de borrel na afloop vroeg ik aan één van de deelnemers die ik al wat langer kende of zij nog kritiek had die ik zou mee kunnen nemen naar een volgende training. Zij gaf aan dat ik nogal out-of-the-blue was begonnen met het voorstelrondje. Omdat zij wat meer wist over mijn ervaring als debater, advocaat en stand-up comedian, was haar opgevallen dat ik daar aan het begin van de training niets over verteld had. De deelnemers hadden daardoor maar moeten raden naar mijn ervaring met spreken voor publiek. Niet verwonderlijk dat de training wat moeizaam op gang kwam. Wellicht zijn er deelnemers geweest die gedacht hebben: “Wie is deze man? En waarom denkt hij ons iets te kunnen bijbrengen?” Gelukkig werd nadat ik een paar keer scherp had kunnen reageren in interacties met de deelnemers wel duidelijk dat ik wist waar ik het over had.

Iedereen die begint aan een publieke spreekbeurt – het geven van een training inbegrepen –  zal bij zijn toehoorders het vertrouwen moeten opbouwen dat het interessant is om naar de spreker te luisteren. Dat wordt wel “earn the right to be heard” genoemd. Een spreker kan dat vertrouwen bijvoorbeeld opwekken door te verwijzen naar zijn persoonlijke betrokkenheid bij het onderwerp. In het bovenstaande voorbeeld, had ik mij overduidelijk niet aan dat adagium gehouden. Voorafgaand aan de training had ik weliswaar de deelnemers per e-mail een introductie gestuurd, waarin ik wat over mijzelf en over de training vertelde, maar ik had er natuurlijk nooit vanuit mogen gaan dat ik mij niet meer hoefde te introduceren. Als ik dat wel had gedaan, had ik sneller vertrouwen op kunnen bouwen in de groep, en was de training wellicht beter uit de startblokken gekomen. Dat doe ik de volgende keer zeker beter!