Een goede debatstelling

Sprekenvoorpubliek.nl geeft bedrijfstrainingen op het gebied van presenteren, pleiten en debatteren. Neem voor meer informatie contact op via www.sprekenvoorpubliek.nl/contact

In een goed debat zijn voor- en tegenstanders het lijnrecht met elkaar oneens. Toehoorders worden door de sprekers voortdurend aan het twijfelen gebracht om voor of tegen de gepresenteerde stelling te zijn. Zo’n goed debat begint met het selecteren en formuleren van een goede debatstelling. Deze moet aan een aantal eisen voldoen.

Een goede debatstelling laat voldoende ruimte om zowel voor – als tegen te zijn.

Alleen wanneer er voor beide zijden van het debat medestanders te vinden zijn kan een goed debat plaatsvinden. Stellingen als “Nederland moet streven naar minder verkeersdoden“, of “In het basisonderwijs is aandacht voor het kind belangrijk” zijn geen goede debatstellingen. Voor de eerste stelling zullen nauwelijks voorstanders, en voor de tweede stelling zullen nauwelijks tegenstanders te vinden zijn. Die stellingen zijn niet goed in balans. Dat leidt er vaak toe dat partijen in het debat naar elkaar toe zullen kruipen. In zo’n debat wordt het praktisch onmogelijk om een duidelijke winnaar aan te wijzen. Dit verschijnsel is geregeld te bewonderen tijdens verkiezingsdebatten op televisie. Daarin verklaren partijen vaak allemaal dat zij een onderwerp (klimaat, zorg) belangrijk vinden. Waar de verschillen zitten tussen de partijen wordt echter niet duidelijk.

Een goede debatstelling houdt partijen op principiële gronden verdeeld.

Zoals bij iedere speech, is een debat interessanter of leuker om naar te kijken als er emotie in zit. Het ene onderwerp (bijvoorbeeld ouderenzorg) heeft dat van nature meer in zich dan het andere onderwerp (bijvoorbeeld rekeningrijden). Echter, niet alleen de onderwerpkeuze van de stelling maakt of een debat levendig wordt. Vaak komt een debat goed los wanneer er duidelijke principiële verschillen bestaan tussen de voor- en tegenstanders. Dat voorkomt dat het debat verzandt in technische verhandelingen over bijvoorbeeld de kosten van een voorgestelde maatregel. Zo’n stelling waarbij een duidelijk principieel verschil bestaat is bijvoorbeeld: “Er moet een verbod komen op het afsteken van consumentenvuurwerk“. De voorstanders van zo’n verbod verdedigen een beschermende, controlerende overheid. Terwijl de tegenstanders de nadruk zullen leggen op de vrijheid van het individu.

Een goede debatstelling houdt partijen ook op praktische gronden verdeeld.

Een debat waarin geen concreet plan besloten gaat vaak nergens naartoe. Kijk bijvoorbeeld naar de jaarlijks in Nederland terugkerende zwarte Pietendiscussie. Deze is al jaren aan de gang, maar al dat gepraat heeft nog nauwelijks concrete verandering teweeg gebracht. Volgens mij komt dat vooral omdat er vooral een onduidelijk debat gevoerd wordt over de vraag of Zwarte Piet nou wel of geen racistische karaktertrekken heeft.

Een concrete debatstelling waarin duidelijk een actierichting wordt aangegeven, zoals “de publieke omroep moet in al haar Sinterklaasprogramma’s enkel nog roetveegpieten gebruiken” is naar mijn mening een betere stelling. Dit omdat deze zowel ruimte laat voor het bespreken van het principiele vraagstuk: “is de zwarte pietfiguur racistisch?“, maar ook voor het bespreken van voor- en nadelen van aanpassingen aan het Sinterklaasfeest.

Een goede debatstelling laat ruimte voor een eigen invulling.

Hoewel er in een goede stelling een concreet plan besloten ligt, kan een verkeerd gekozen stelling de speelruimte van debaters ook te ver inperken. Als dat gebeurt, hebben zij onvoldoende speelruimte om zelf een creatief plan vorm te geven dat zij het beste denken te kunnen verdedigen. Al te concrete zaken zoals percentages, bedragen en jaartallen kunnen in een stelling dan ook beter vermeden worden. Een stelling als “de minimumleeftijd voor het kopen van alcohol moet omhoog” laat meer ruimte voor een goed debat dan de stelling: “de minimumleeftijd voor het kopen van alcohol in de supermarkt moet uiterlijk in 2021 verhoogd zijn tot 20 jaar“.